Mensenrechten in Turkije

De 21-jarige Meryem, die 22 schroeven in haar rug heeft, zit gevangen in İzmir. De haar verweten handeling: een familiebezoek aan Bosnië en Herzegovina.

Delen

Op 9 juni 2026 werden op bevel van het parket van İzmir rond 5.30 uur ’s ochtends invallen uitgevoerd in woningen in twaalf provincies. Tachtig mensen werden aangehouden. Veertig van hen waren universiteitsstudenten en de meerderheid van de aangehouden personen was vrouw. Na drie dagen in politiehechtenis werden 41 personen in voorlopige hechtenis genomen. Het merendeel van hen waren studentes met een hoofddoek die geneeskunde, rechten, ingenieurswetenschappen of theologie studeerden aan de universiteiten Dokuz Eylül, Ege, İzmir Demokrasi, Katip Çelebi, Bakırçay, Yaşar, Adnan Menderes en Balıkesir.

Beelden van de invallen tonen hoe slaapkamers en gemeenschappelijke woonruimten werden overhoopgehaald: laden werden op de vloer leeggegooid, kledingkasten werden leeggehaald en boeken, cursusnotities en persoonlijke documenten lagen verspreid over de kamers.

De theorie die het dossier bij elkaar houdt, is wat het parket van İzmir de “actuele structuur” noemt. De stelling luidt dat personen die met de Gülenbeweging in verband worden gebracht nog steeds een actieve organisatie vormen en dat gewone contacten tussen deze personen daarvan bewijs zijn. Zodra dat uitgangspunt wordt aanvaard, hoeft geen afzonderlijke strafbare handeling meer te worden aangetoond.

De handelingen die de studenten worden verweten, zijn dan ook: samen een woning huren, in hetzelfde huis verblijven, de huur delen, vrienden ontmoeten en naar Bosnië en Herzegovina reizen voor familiebezoek of vakantie. Het ministerie van Binnenlandse Zaken bestempelt deze activiteiten als onderdeel van een “onderwijsstructuur” en als “financiering van terrorisme”.

Onder de personen die in voorlopige hechtenis werden genomen, bevinden zich een laatstejaarsstudent geneeskunde die nog één maand van zijn afstuderen verwijderd was en de 31-jarige Rümeysa Şanal, die een baby van negen maanden heeft. Een vrederechter in strafzaken in İzmir nam de verklaringen van twintig studenten in één uur af en maakte vijftien minuten later zijn beslissing bekend.

Meryem Yılmaz

Meryem Yılmaz is 21 jaar oud en zit in het derde jaar Psychologie aan de İzmir Demokrasi Universiteit. Op 21 juli 2025 onderging zij in het Universitair Ziekenhuis van Bursa Uludağ een zware operatie wegens ernstige scoliose. Chirurgen stabiliseerden haar wervelkolom met 22 schroeven en metalen implantaten, elf aan de rechterkant en elf aan de linkerkant. In het medisch ontslagverslag staat dat de operatie succesvol was verlopen, maar dat een lang hersteltraject noodzakelijk was en dat Meryem verder zou leven met deze implantaten in haar wervelkolom. Artsen hadden gezegd dat volledig intern herstel anderhalf tot twee jaar zou duren.

Nog vóór het eerste jaar van haar herstel voorbij was, belandde ze in de gevangenis.

Gedurende de eerste maand na de operatie viel ze flauw zodra ze opstond. Ze werd bang om alleen naar buiten te gaan. De dag na haar aanhouding had ze een controleafspraak in het ziekenhuis. Die kon ze niet bijwonen. Haar familie was tijdens het Offerfeest samen naar Bosnië en Herzegovina gereisd, had zonder problemen politiecontroles gepasseerd en was negen dagen later samen teruggekeerd. Tijdens haar verhoor werd Meryem gevraagd met wie ze daar had afgesproken en wat ze er had gedaan.

Tijdens haar politiehechtenis viel ze flauw. Ze kreeg een injectie en werd daarna opnieuw in de cel geplaatst. Ook in de gevangenis viel ze flauw. Ze heeft nog steeds last van duizeligheid en momenten waarop het zwart voor haar ogen wordt. De gevangenisarts schreef een verwijzing naar het ziekenhuis. Volgens haar moeder was ze meer dan twee weken later nog steeds niet naar het ziekenhuis gebracht.

Ze kan niet naar de luchtplaats. Uit angst om te vallen verlaat ze haar afdeling niet. Medegevangenen helpen haar met eten en andere dagelijkse behoeften. De angst van haar moeder is duidelijk: een ongecontroleerde val kan zowel haar hoofd als de implantaten in haar rug beschadigen.

Het medisch ontslagverslag over haar operatie werd zowel aan het openbaar ministerie als aan de rechtbank voorgelegd. Het had geen invloed op de beslissing om haar in voorlopige hechtenis te nemen.

Volgens haar moeder bevat het dossier tegen Meryem niet meer dan het volgende: dat haar vader ooit het voorwerp was van een onderzoek, dat het gezin samen naar Bosnië en Herzegovina reisde en dat zij met een vriendin van de universiteit in hetzelfde huis woonde.

Dit is niet de eerste keer

In juni 2025 voerde hetzelfde parket een soortgelijke operatie uit. Tegen 45 personen werden aanhoudingsbevelen uitgevaardigd en in zes provincies werden 40 mensen aangehouden. Onder hen bevonden zich ook ouders van studenten die terechtstaan in de zaak die in de publieke opinie bekendstaat als de “Kız Çocukları Davası”, de “zaak van de meisjes”. Van de 42 aangehouden studenten werden er 27 in voorlopige hechtenis genomen. De aangevoerde redenen waren: in hetzelfde huis verblijven, elkaar helpen, deelnemen aan religieuze gesprekken en een iftarmaaltijd organiseren. Tijdens de huiszoekingen onderzocht de politie, naast andere voorwerpen, zelfs gebedskralen die in een plastic zak in een lade waren aangetroffen.

Tot de vragen die tijdens die operatie aan studenten werden gesteld, behoorden: op welke adressen zij hadden gewoond, wie het huurcontract had ondertekend, wie de elektriciteits- en internetrekeningen betaalde, of zij een paspoort hadden, of zij naar het buitenland waren gereisd en met wie, of iemand uit hun familie- of kennissenkring ooit was aangehouden of gevangen zat, en of zij ooit geabonneerd waren geweest op een krant of tijdschrift.

Geen van deze handelingen is op zichzelf strafbaar.

Juridische toelichting

In *Kudła tegen Polen *[GK] van 26 oktober 2000 oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat artikel 3 van het EVRM van de staat verlangt dat de gezondheid en het welzijn van een gedetineerde op passende wijze worden gewaarborgd, onder meer door de noodzakelijke medische zorg te verstrekken. Vrijheidsbeneming brengt dus een positieve verplichting mee om de gezondheid van de gedetineerde te beschermen.

In *Yüksel Yalçınkaya tegen Turkije *[GK] van 26 september 2023 oordeelde de Grote Kamer dat een veroordeling op grond van artikel 314, lid 2, van het Turkse Strafwetboek niet kan worden uitgesproken zonder dat de materiële en morele bestanddelen van het strafbare feit individueel worden vastgesteld. In *Yasak tegen Turkije *[GK] van 5 mei 2026 bevestigde en ontwikkelde de Grote Kamer dit beginsel verder: strafrechtelijke aansprakelijkheid moet persoonlijk zijn en kan niet berusten op collectieve schuld of schuld door associatie. Opzet kan niet uitsluitend uit contact of verbondenheid worden afgeleid, maar moet worden vastgesteld aan de hand van een geïndividualiseerde en contextuele beoordeling.

Ook in de onderzoeksfase vereist artikel 5, lid 1, onder c), dat er concrete feiten bestaan die ten aanzien van de betrokken persoon een redelijk vermoeden van een strafbaar feit kunnen doen ontstaan. Gewone sociale of familiale relaties, zoals in hetzelfde huis wonen, vriendschap of samen met het gezin reizen, kunnen niet aan die voorwaarde voldoen zonder bijkomend en geïndividualiseerd bewijs waaruit blijkt dat de verdachte zich bewust met de vermeende criminele organisatie heeft verbonden.

Artikel 5, lid 3, vereist bovendien dat voorlopige hechtenis vanaf de eerste beslissing tot detentie wordt onderbouwd met relevante en toereikende redenen die betrekking hebben op de individuele omstandigheden van de betrokkene. Wanneer een gedocumenteerde medische toestand uitdrukkelijk wordt aangevoerd in verband met de noodzaak of evenredigheid van de detentie, moet die omstandigheid daadwerkelijk worden beoordeeld. Het niet beantwoorden van een dergelijk wezenlijk verweer kan, zeker wanneer ook minder ingrijpende maatregelen niet zijn onderzocht, de motivering van de voorlopige hechtenis ontoereikend maken.

Gerelateerd nieuws

No posts found!

Our Works