Mensenrechten in Turkije

Turkije houdt eigen journalisten aan wegens kritiek op het hoofddoekverbod in Azerbeidzjan, op basis van een aanklacht die alleen Bakoe in gang kan zetten

Delen

De Turkse politie hield Ahmet Sapa, columnist en vertegenwoordiger in Hatay van het islamistische medium Köklü Değişim, dinsdagochtend in zijn woning aan. Aanleiding waren berichten op sociale media waarin hij kritiek uitte op beperkingen voor hoofddoeken op Azerbeidzjaanse scholen.

De avond ervoor was Muhammed Emin Yıldırım, de vertegenwoordiger van het medium in Istanbul, aangehouden en verhoord op verdenking van belediging van een buitenlands staatshoofd. Dinsdagochtend werd hij vrijgelaten. Volgens de Turkse dienst van Deutsche Welle had hij president İlham Aliyev op sociale media een “tiran” genoemd en tijdens een protest een “dictator”. Activist Fatih Erşahin werd door de politie van Ankara opgeroepen wegens zijn berichten en daarna vrijgelaten. Een vierde persoon werd in Ankara aangehouden en weer vrijgelaten. Köklü Değişim wordt in verband gebracht met Hizb ut-Tahrir, een beweging die de oprichting van een kalifaat nastreeft; de politieke opvattingen van het medium zijn hier niet het punt en veranderen daar niets aan.

Het punt is de wetsbepaling.

Artikel 340 van het Turkse Wetboek van Strafrecht verhoogt de straf voor een strafbaar feit tegen een buitenlands staatshoofd met een achtste. Wanneer het onderliggende feit alleen op klacht kan worden vervolgd, en belediging op grond van artikel 125 is zo’n feit, bepaalt artikel 340 dat vervolging afhankelijk is van een klacht van de betrokken buitenlandse staat. Artikel 341 voorziet in hetzelfde voor het publiekelijk beledigen van een officieel gehesen buitenlandse vlag, met een straf van drie maanden tot één jaar.

Een vervolging van dit type is dus niet iets wat de Turkse staat uit eigen beweging begint op basis van zijn eigen beoordeling van het algemeen belang. Het is iets waarom een buitenlandse regering verzoekt.

Daarom stelde Mahmut Kar, algemeen coördinator van het medium, de vraag die hij stelde. “Heeft de regering-Aliyev Türkiye een lijst gegeven?”, schreef hij. Hij voegde eraan toe dat moslims die berichten tegen het hoofddoekverbod plaatsten één voor één werden opgepakt en vroeg of 28 februari in Türkiye voor Aliyev opnieuw tot leven werd gewekt. Het bestaan van zo’n lijst is niet bevestigd. Turkse functionarissen hebben helemaal geen publieke uitleg gegeven voor de aanhoudingen. Maar de vraag of Bakoe een klacht heeft ingediend is geen speculatie over motieven; op grond van artikel 340 is dat de voorwaarde waarop de hele procedure berust.

Wat de vier wordt verweten te hebben gezegd, gaat over een wijziging in de wetgeving van een ander land. Azerbeidzjan wijzigde op 21 september zijn kledingregels voor scholen. De regels noemen hoofddoeken niet expliciet. Ze verbieden kleding die als onverenigbaar wordt beschouwd met het seculiere karakter van het onderwijs, en sindsdien zijn meisjes met een hoofddoek bij schoolpoorten geweigerd.

De reactie is niet tot één rechtsgebied beperkt gebleven. Azerbeidzjaanse openbare aanklagers hebben toespraken tijdens protesten op 3 en 13 oktober als bewijs aangevoerd tegen Rıdvan Kaya en Zekeriya Ceran, die onder de naam Abdullah İmamoğlu voor Köklü Değişim schrijft. Ceran is een van zeven personen die internationaal worden gezocht nadat een rechtbank in Bakoe hun aanhouding bij verstek had bevolen op beschuldiging van oproepen tot de omverwerping van de regering en het aanzetten tot religieuze vijandigheid. De openbare aanklagers maakten bekend dat in die zaak gerechtelijk met Türkiye wordt samengewerkt.

Op 21 oktober legde Azerbeidzjan 31 Turkse staatsburgers een inreisverbod op, onder wie politici, journalisten, schrijvers en academici, omdat zij volgens de autoriteiten uitspraken hadden gedaan die gericht waren tegen de soevereiniteit, nationale veiligheid en constitutionele orde van het land. Yıldırım staat op de lijst. Gergerlioğlu ook. Fatih Erbakan eveneens.

En op 12 oktober schreef Oktay Saral, sinds 2016 hoofdadviseur van president Erdoğan, dat “het recht op onderwijs niet aan enige ideologische oplegging mag worden opgeofferd”. Op 26 oktober nam hij ontslag. Middle East Eye had vijf dagen eerder gemeld dat Aliyev om zijn vertrek had gevraagd. Saral zei dat hij op instructie van de president vertrok en verklaarde later dat hij dacht dat dit verband hield met wat hij over Azerbeidzjan had geschreven.

Aliyev bekritiseerde dinsdag in Bakoe buitenlandse inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van staten en stelde de vraag welk recht buitenstaanders hebben om een onafhankelijk land voor te schrijven hoe het moet leven.

Bezwaren tegen de aanhoudingen kwamen uit verschillende delen van religieus rechts in Türkiye, een hoek waar kritiek op het gebruik van uitingsdelicten door deze regering doorgaans niet vandaan komt. Mahmut Şahin, vicevoorzitter van HÜDA PAR, noemde de aanhoudingen onaanvaardbaar. Nureddin Gül, vicevoorzitter van de Nieuwe Welvaartspartij, bekritiseerde het optreden tegen Yıldırım. Ook Gergerlioğlu, DEM-parlementslid en zelf de toegang tot Azerbeidzjan ontzegd, maakte bezwaar.

Straatsburg beslechtte deze kwestie 24 jaar geleden, waarna Frankrijk zijn vergelijkbare strafbepaling introk. Een staatshoofd dat meent te zijn belasterd, beschikt over dezelfde rechtsmiddelen als ieder ander. Wat hij niet heeft, en wat artikel 340 hem wel geeft, is de mogelijkheid om de politie van een ander land bij het ontbijt aan de deur van een journalist te laten staan.

Bron

Stockholm Center for Freedom, “Turkey detains journalist over posts criticizing Azerbaijan’s school headscarf restrictions”, 27 oktober 2026 (overgenomen van Turkish Minute): https://stockholmcf.org/turkey-detains-journalist-over-posts-criticizing-azerbaijans-school-headscarf-restrictions/

Gerelateerd nieuws

No posts found!

Our Works