Mariam Atanelishvili *
Inleiding
Vrouwenrechten vormen een fundamenteel onderdeel van de inzet van de Europese Unie voor mensenrechten, gelijkheid en democratische waarden. Gelijkheid tussen vrouwen en mannen is een kernwaarde van de EU en is verankerd in het Verdrag van Lissabon. Volgens artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie is het bevorderen van gendergelijkheid een van de belangrijkste doelstellingen van de Unie. Artikel 8 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verplicht de EU bovendien om ongelijkheden weg te werken en de gelijkheid van vrouwen en mannen in al haar activiteiten te bevorderen.
[1] De afgelopen decennia is zowel op internationaal als op EU-niveau aanzienlijke vooruitgang geboekt, vooral sinds de goedkeuring van belangrijke kaders zoals de Verklaring van Wenen van 1993 en de Verklaring en het Actieplatform van Beijing van 1995. Deze mijlpalen erkenden dat vrouwenrechten een integraal onderdeel zijn van de universele mensenrechten en bijzondere aandacht vereisen vanwege aanhoudende ongelijkheid en structurele discriminatie.
De Europese Unie heeft via wetgeving, beleidsinitiatieven en internationale verbintenissen een belangrijke rol gespeeld bij het bevorderen van gendergelijkheid. Van het aanpakken van de loonkloof tussen vrouwen en mannen tot het bestrijden van gendergerelateerd geweld en het bevorderen van de deelname van vrouwen aan besluitvorming, vrouwenrechten blijven een belangrijke prioriteit op de beleidsagenda van de EU. Ondanks deze inspanningen worden vrouwen in de lidstaten nog steeds geconfronteerd met aanzienlijke uitdagingen, waaronder economische ongelijkheid, ondervertegenwoordiging in leidinggevende functies en belemmeringen bij de toegang tot fundamentele rechten.
Tegelijkertijd worden vrouwenrechten steeds vaker onderwerp van politiek en maatschappelijk debat. In delen van Europa is de afgelopen jaren een groeiende tegenbeweging tegen gendergelijkheid ontstaan, die bestaande beschermingsmaatregelen ter discussie stelt en beleidsdebatten beïnvloedt. De blijvende bevordering en bescherming van vrouwenrechten is daarom niet alleen een juridische verplichting, maar ook essentieel voor het behoud van democratische waarden en sociale samenhang binnen de Europese Unie.
- Belangrijke beleidsterreinen
De Europese Unie behandelt vrouwenrechten via verschillende onderling verbonden beleidsterreinen en combineert daarbij wetgeving, strategische kaders en financieringsinitiatieven. Deze inspanningen zijn erop gericht gendergelijkheid te bevorderen op economisch, sociaal en politiek vlak.
Op strategisch niveau heeft de EU uitgebreide kaders ontwikkeld om richting te geven aan haar optreden. Op 7 maart 2025 nam de Europese Commissie de Routekaart voor Vrouwenrechten aan, met daarin een verklaring van beginselen voor een gendergelijke samenleving. Deze verklaring is bedoeld als leidraad voor beleidsmakers en als referentiekader voor andere betrokken partijen die werken aan de bevordering van gendergelijkheid binnen de Unie.[2]
Daarnaast bevat de EU-strategie voor gendergelijkheid 2020-2025 belangrijke prioriteiten, zoals het beëindigen van gendergerelateerd geweld, het verkleinen van genderkloven op de arbeidsmarkt en het bereiken van gelijke deelname aan besluitvorming.
Op wetgevend niveau heeft de EU verschillende belangrijke maatregelen aangenomen om vrouwenrechten te versterken. Daartoe behoren de richtlijn inzake loontransparantie, die gericht is op gelijk loon voor gelijk of gelijkwaardig werk, de richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven, die een eerlijkere verdeling van zorgtaken bevordert, en recente wetgeving tegen gendergerelateerd geweld.[3] Deze beleidsterreinen weerspiegelen de brede aanpak van de EU, waarbij juridische maatregelen worden gecombineerd met ruimere beleidsinitiatieven om structurele ongelijkheid aan te pakken en de volwaardige deelname van vrouwen aan de samenleving te bevorderen.
- Gendergelijkheid en de loonkloof
Belangrijke verwezenlijkingen zijn onder meer de richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en de richtlijn inzake loontransparantie, die tot doel heeft gelijk loon voor gelijk of gelijkwaardig werk te waarborgen.
Toch worden vrouwen nog steeds geconfronteerd met aanzienlijke uitdagingen op de arbeidsmarkt. Hoewel de arbeidsparticipatie van vrouwen de afgelopen tien jaar is toegenomen, bedroeg deze in 2022 in de EU 69,3%, nog steeds 10,7 procentpunten lager dan die van mannen, die 80,0% bedroeg. Ook de loonkloof tussen vrouwen en mannen blijft bestaan en bedroeg in 2022 12,7%, hetzelfde percentage als het jaar voordien. De ongelijkheid zet zich ook later in het leven voort. Zo bedroeg de pensioenkloof tussen vrouwen en mannen in de EU 26%.[4]
- Evenwicht tussen werk en privéleven
Na de intrekking van de richtlijn inzake moederschapsverlof koos de Europese Commissie voor een bredere aanpak van de ondervertegenwoordiging van vrouwen op de arbeidsmarkt.[5] Dit leidde tot het initiatief voor een beter evenwicht tussen werk en privéleven, een van de belangrijke onderdelen van de Europese pijler van sociale rechten, dat bedoeld is om werkende ouders en mantelzorgers te ondersteunen.
Het initiatief houdt rekening met maatschappelijke veranderingen en wil het evenwicht tussen werk en gezinsleven verbeteren. Tegelijkertijd streeft het naar een gelijkere verdeling van zorgtaken tussen vrouwen en mannen. Het combineert juridische en beleidsmaatregelen binnen één breder kader.[6]
Centraal staat de richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven, die in juni 2019 werd aangenomen en de EU-regels over gezinsgerelateerd verlof en flexibele werkregelingen moderniseert. De richtlijn voert verschillende belangrijke rechten in, waaronder minstens tien dagen betaald vaderschapsverlof, versterkt ouderschapsverlof waarvan een deel voor elke ouder afzonderlijk is voorbehouden, en een nieuw recht op vijf dagen zorgverlof per jaar. Daarnaast wordt het recht uitgebreid om flexibele werkregelingen aan te vragen voor ouders van jonge kinderen en voor mantelzorgers.
Deze maatregelen zijn bedoeld om de deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt te ondersteunen en meer gendergelijkheid te bevorderen, zowel in het professionele leven als binnen het gezin.
- Vertegenwoordiging in leidinggevende functies
Vrouwen bekleden vandaag leidinggevende functies in verschillende van de belangrijkste instellingen van de Europese Unie. Dat vormt een belangrijke mijlpaal voor de vertegenwoordiging van vrouwen op het hoogste niveau. In 2026 staat Ursula von der Leyen aan het hoofd van de Europese Commissie, is Roberta Metsola voorzitter van het Europees Parlement en leidt Christine Lagarde de Europese Centrale Bank. Kaja Kallas is de hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken. Ondanks deze zichtbare vooruitgang aan de top laten bredere cijfers over vertegenwoordiging een zorgwekkender beeld zien.[7]
Over het algemeen neemt de deelname van vrouwen aan politieke instellingen van de EU af. In het Europees Parlement daalde het aandeel vrouwelijke leden na de verkiezingen van 2024 tot 38,5%, tegenover 41% in 2019. Daarmee kwam een einde aan tientallen jaren van geleidelijke vooruitgang. Dit wijst erop dat de vooruitgang op het gebied van gendergelijkheid niet alleen vertraagt, maar in sommige gevallen ook stagneert.[8]
De situatie in de verschillende lidstaten toont bovendien een groeiende kloof. Sommige landen, zoals Zweden en Finland, kennen een hoge vertegenwoordiging van vrouwen, waarbij vrouwen een meerderheid van de parlementaire of regeringsfuncties bekleden. In andere landen blijft de vooruitgang echter beperkt. Hongarije heeft geen vrouwen in zijn ministerraad en Cyprus verkoos bij de meest recente verkiezingen geen enkele vrouw als lid van het Europees Parlement.[9]
Ook op nationaal niveau blijft de vooruitgang ongelijk. Hoewel sommige landen de vertegenwoordiging van vrouwen in de loop der jaren hebben verbeterd, blijven er verschillen bestaan ten opzichte van het EU-gemiddelde, vooral in lokale en Europese instellingen. Deze ontwikkelingen tonen aan dat structurele ongelijkheid de volwaardige deelname van vrouwen aan het politieke leven in de Europese Unie blijft beperken, ondanks de zichtbare vooruitgang in enkele leidinggevende functies.
- Gendergerelateerd geweld
Gendergerelateerd geweld blijft een van de ernstigste schendingen van vrouwenrechten in de Europese Unie en treft ongeveer één op de drie vrouwen. Het omvat verschillende vormen van geweld, waaronder huiselijk geweld, seksueel geweld, intimidatie en nieuwere vormen zoals online geweld en cybergeweld. Naast de ingrijpende gevolgen voor slachtoffers brengt gendergerelateerd geweld ook aanzienlijke maatschappelijke en economische kosten met zich mee in de hele EU.
De EU heeft haar aanpak versterkt door zich nauwer aan te sluiten bij internationale normen, in het bijzonder het Verdrag van Istanbul, waartoe de EU in 2023 formeel is toegetreden. Dit was een belangrijke stap in de ontwikkeling van een uitgebreid juridisch kader om geweld te voorkomen, slachtoffers te beschermen en daders te vervolgen. Op EU-niveau zijn daarnaast recente wetgevende maatregelen aangenomen, waaronder de richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Deze richtlijn heeft onder meer tot doel de definities van bepaalde strafbare feiten beter op elkaar af te stemmen, de bescherming van slachtoffers te versterken en de toegang tot ondersteunende diensten te verbeteren.
Naast wetgeving ondersteunt de EU de lidstaten via financieringsprogramma’s, bewustmakingscampagnes en de uitwisseling van goede praktijken. Instellingen zoals het Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE) en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) spelen een belangrijke rol bij het opvolgen van ontwikkelingen en het verzamelen van gegevens ter ondersteuning van het beleid.
Ondanks deze inspanningen blijven er belangrijke uitdagingen bestaan. De uitvoering van maatregelen verschilt tussen de lidstaten en bepaalde vormen van geweld, vooral online misbruik en intimidatie, ontwikkelen zich sneller dan de regelgeving. Drempels om geweld te melden, een tekort aan ondersteunende diensten en maatschappelijk stigma verhinderen bovendien dat veel slachtoffers hulp zoeken.
De aanpak van gendergerelateerd geweld vereist daarom niet alleen sterke juridische kaders, maar ook gecoördineerd optreden, een consequente uitvoering van maatregelen en blijvende inspanningen om maatschappelijke opvattingen in de hele Europese Unie te veranderen.
- Huidige uitdagingen en tekortkomingen
Ondanks aanzienlijke vooruitgang op EU-niveau blijven er belangrijke uitdagingen en tekortkomingen bestaan bij de bescherming van vrouwenrechten in de Europese Unie. Een van de belangrijkste problemen is de ongelijke uitvoering van EU-wetgeving. Lidstaten hanteren verschillende juridische kaders en normen, waardoor het niveau van bescherming kan verschillen.
Ook economische ongelijkheid blijft bestaan. De loon- en pensioenkloof tussen vrouwen en mannen blijft gevolgen hebben voor de financiële onafhankelijkheid van vrouwen. Structurele ongelijkheid op de arbeidsmarkt, waaronder ongelijke toegang tot leidinggevende functies en een ongelijke verdeling van zorgtaken, versterkt deze verschillen verder.
Bepaalde groepen vrouwen worden met bijkomende uitdagingen geconfronteerd. Migrantenvrouwen zijn bijvoorbeeld vaak kwetsbaarder voor discriminatie en geweld en ondervinden meer drempels bij de toegang tot werk, gezondheidszorg en juridische bescherming. Deze intersectionele vormen van ongelijkheid maken duidelijk dat meer inclusieve en gerichte beleidsmaatregelen nodig zijn.[10]
Ook reproductieve rechten blijven binnen de EU sterk omstreden. Hoewel de Unie deze rechten op internationaal niveau bevordert, verschilt de toegang tot diensten zoals abortus aanzienlijk tussen de lidstaten. Hierdoor ontstaan verschillen in de bescherming van de fundamentele rechten van vrouwen.[11]
Ten slotte blijft gendergerelateerd geweld ondanks de bestaande wetgeving wijdverspreid en ontstaan er nieuwe vormen van geweld, in het bijzonder online misbruik. Deze uitdagingen tonen aan dat er nog steeds een kloof bestaat tussen beleidsverbintenissen en de daadwerkelijke uitvoering ervan in de praktijk.
Conclusie
Vrouwenrechten blijven een centrale pijler van de inzet van de Europese Unie voor gelijkheid en fundamentele rechten en worden ondersteund door een groeiend geheel van wetgeving en beleidsinitiatieven. Hoewel aanzienlijke vooruitgang is geboekt op gebieden zoals deelname aan de arbeidsmarkt, vertegenwoordiging en bescherming tegen geweld, blijven er in de lidstaten belangrijke uitdagingen bestaan. Om deze tekortkomingen aan te pakken, is niet alleen verdere wetgeving nodig, maar ook een doeltreffende uitvoering, sterkere handhaving en blijvende politieke inzet. Gelijke rechten en kansen voor alle vrouwen zijn essentieel om de democratie te versterken, sociale samenhang te bevorderen en een inclusievere Europese Unie op te bouwen.
[1] Treaty on European Union
[2] EU Gender Equality Strategy 2020-2025
[3] EU Pay Transparency Directive
[4] https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC11784698/
[5]https://employment-social-affairs.ec.europa.eu/policies-and-activities/rights-work/labour-law/working-conditions/work-life-balance_en
[6] ibid
[7]https://www.eunews.it/en/2026/02/27/women-and-politics-despite-progress-in-eu-top-roles-representation-is-falling-and-national-gaps-remain-parliaments-study-shows/
[8] ibid
[9] ibid
[10]https://solidaritywithothers.com/between-availability-and-accessibility-a-comparative-analysis-of-gbv-protection-for-migrant-women-in-belgium-and-sweden/
[11] https://www.humanrightsresearch.org/post/autonomous-integration-and-reproductive-rights-in-the-european-union