Vrouwenrechten

‘Alleen ja betekent ja’: het nieuwe EU-rapport over toestemming

Delen

Francesca LE PERA *

Inleiding

De afgelopen maanden zijn de discussies over toestemming en wetgeving rond seksueel geweld opnieuw centraal komen te staan in het Europese politieke debat. Op 28 april 2026 nam het Europees Parlement een rapport aan waarin wordt opgeroepen tot een geharmoniseerde definitie van verkrachting in alle EU-lidstaten, gebaseerd op toestemming. De kern daarvan wordt samengevat in de boodschap ‘Alleen ja betekent ja’.

Volgens het rapport moet seksueel geweld worden beoordeeld op basis van het ontbreken van vrij gegeven toestemming, en niet op basis van bewijs van geweld, verzet of lichamelijk letsel. Dit debat is niet nieuw. Het bouwt voort op jarenlange inzet van slachtoffers en overlevenden, feministische organisaties, mensenrechtenorganisaties en internationale juridische kaders zoals het Verdrag van Istanbul van de Raad van Europa.

Een geharmoniseerde definitie

Een van de belangrijkste verzoeken van het Europees Parlement aan de Commissie is om een gemeenschappelijke definitie van verkrachting uit te werken die gebaseerd is op vrij gegeven, geïnformeerde en herroepbare toestemming. Europarlementsleden riepen lidstaten die hun definitie van verkrachting nog steeds baseren op dwang of geweld op om hun wetgeving in overeenstemming te brengen met internationale normen, zoals het Verdrag van Istanbul. Daarbij wordt specifiek verwezen naar artikel 36, waarin uitdrukkelijk wordt bepaald dat toestemming vrijwillig moet worden gegeven als uitdrukking van de vrije wil van de betrokken persoon. Deze norm geldt ook binnen huwelijken en relaties, waardoor ook verkrachting binnen het huwelijk strafbaar moet zijn.

Volgens het Europees Parlement mogen stilte, het ontbreken van verzet of het ontbreken van een uitdrukkelijk ‘nee’ niet als toestemming worden beschouwd. Hetzelfde geldt voor eerdere toestemming, seksueel gedrag in het verleden of het bestaan van een huidige of vroegere relatie. Alleen een duidelijke en blijvende uiting van toestemming kan worden beschouwd als vrijwillige deelname aan een seksuele handeling. Zo kan onduidelijkheid niet worden gebruikt als rechtvaardiging voor seksueel geweld.

Het Parlement benadrukt daarnaast dat toestemming altijd in haar context moet worden beoordeeld. Daarbij moet rekening worden gehouden met situaties waarin sprake is van geweld, bedreiging, machtsmisbruik, angst, intimidatie, bewusteloosheid, intoxicatie, chemische onderwerping, slaap, ziekte, handicap of kwetsbaarheid. Het Parlement stelt ook dat traumareacties, zoals de zogenoemde ‘freeze’- of ‘fawn’-reactie, hun plaats moeten krijgen in wetgeving en gerechtelijke praktijken.

Ondersteuning voor slachtoffers

Het rapport besteedt ook veel aandacht aan ondersteuning voor slachtoffers. Op basis van artikel 26 van Richtlijn (EU) 2024/1385 inzake de bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld vragen Europarlementsleden om wetgevende maatregelen die in de hele EU adequate ondersteuning en bescherming voor slachtoffers en overlevenden waarborgen. Daarbij wordt onder meer gevraagd om onmiddellijke medische zorg, seksuele en reproductieve gezondheidszorg, toegang tot veilige en legale abortus, traumazorg, psychologische ondersteuning en juridische bijstand. Ook moeten er gratis gespecialiseerde hulpdiensten beschikbaar zijn, waaronder crisiscentra die 24 uur per dag medische, psychologische en juridische ondersteuning bieden.

Het rapport roept daarnaast op tot regelmatige, verplichte opleidingen op maat voor professionals die waarschijnlijk in contact komen met slachtoffers van verkrachting. Het gaat onder meer om politieagenten, rechters, openbaar aanklagers, advocaten, gezondheidswerkers en eerstelijnshulpverleners.

Verdere maatregelen

Tot slot vragen de Europarlementsleden om gendergerelateerd geweld toe te voegen aan de categorieën van criminaliteit die als EU-misdrijven kunnen worden aangemerkt op grond van artikel 83, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Dit artikel bevat een beperkte lijst van vormen van criminaliteit waarvoor de EU gemeenschappelijke strafrechtelijke normen kan vaststellen voor alle lidstaten. Een dergelijke uitbreiding zou kunnen bijdragen aan een meer samenhangende, ondersteunende en veilige omgeving voor slachtoffers in de hele EU en helpen om culturele en juridische drempels aan te pakken.

Ook op het gebied van onderwijs roept het rapport de Commissie op om in 2026 EU-richtsnoeren te presenteren voor brede seksuele en relationele vorming. Daarnaast wordt gevraagd om EU-brede bewustmakingscampagnes over toestemming, relaties, seksuele integriteit en lichamelijke autonomie. Het rapport vraagt ook om maatregelen tegen mythes over verkrachting, antigenderinhoud en incelpropaganda op het internet.

Naast juridische hervormingen kan onderwijs een belangrijke rol spelen bij het tegengaan van schadelijke stereotypen en misogynistische verhalen online. Door vanaf jonge leeftijd een duidelijker begrip van toestemming, wederzijds respect en gezonde relaties te bevorderen, kunnen schadelijke opvattingen worden doorbroken. Bewustmaking en onderwijs worden in die zin niet alleen beschouwd als middelen om het publiek te informeren, maar ook als langetermijnstrategieën om gendergerelateerd geweld in de EU terug te dringen.

Conclusie

Het rapport van het Europees Parlement vormt een belangrijke politieke stap naar een meer geharmoniseerde aanpak van wetgeving rond seksueel geweld in de Europese Unie, waarbij de rechten en ervaringen van slachtoffers centraal staan. Door vrij gegeven toestemming centraal te stellen in de definitie van verkrachting, stelt het rapport verouderde juridische normen ter discussie waarbij slachtoffers nog steeds moeten aantonen dat er sprake was van geweld, verzet of lichamelijk letsel om gerechtigheid te kunnen krijgen.

Tegelijkertijd erkent het rapport dat juridische hervormingen alleen niet voldoende zijn. Het benadrukt daarom het belang van toegankelijke ondersteunende diensten, opleiding van professionals, onderwijs en bewustmaking om ook de bredere culturele oorzaken van gendergerelateerd geweld aan te pakken.

Zoals Evin Incir (S&D), rapporteur van de Commissie burgerlijke vrijheden, verklaarde: ‘We hebben het momentum mee. Het is tijd voor een gemeenschappelijke Europese definitie van verkrachting die gebaseerd is op het ontbreken van vrij gegeven en herroepbare toestemming.’

Picture of Francesca LE PERA

Francesca LE PERA

Women's Right

Linkedin

Gerelateerd nieuws

No posts found!

Our Works