Genta Abdiji *
De kracht van benoemen
Geweld benoemen is diep ongemakkelijk. Woorden dwingen samenlevingen waarheden onder ogen te zien die ze liever vermijden. Door geweld zoals femicide te benoemen, wordt het moeilijker deze moorden als ‘willekeurig’, ‘zeldzaam’ of ‘ongelukkig’ te omschrijven. Het vraagt om erkenning dat ze deel uitmaken van een breder maatschappelijk probleem. Hier wordt de grotere uitdaging zichtbaar. Gendergerelateerd geweld is geworteld in langdurige ongelijkheid, discriminatie en machtsverschillen die vrouwen treffen. Deze dynamiek komt niet alleen tot uiting in fysiek geweld, maar ook in culturele en digitale omgevingen waar vrouwenhaat wordt geuit en maatschappelijk versterkt. Geweld begint zelden uitsluitend met lichamelijk letsel. Vaak gaat er normalisering via het publieke debat aan vooraf: vijandigheid tegenover vrouwen gaat maatschappelijk aanvaardbaar lijken voordat ze escaleert tot direct geweld.
Haatspraak weerspiegelt niet alleen maatschappelijke opvattingen; ze kan vrouwenhaat ook versterken en bijdragen aan een omgeving waarin agressie tegen vrouwen meer wordt getolereerd. Onderzoek van internationale organisaties, waaronder UN Women en de Raad van Europa, heeft herhaaldelijk gewezen op het verband tussen vrouwonvriendelijke uitingen, discriminatie en gendergerelateerd geweld. Femicide is de meest extreme uitkomst van deze dynamiek. Het is geen op zichzelf staande daad, maar het eindpunt van geweld dat kan beginnen met dwang, intimidatie, bedreigingen en mishandeling.
Ondanks decennia van vooruitgang op het gebied van gendergelijkheid wordt het doden van vrouwen omdat zij vrouw zijn in Europa nog steeds niet consequent als zodanig erkend. Volgens UN Women worden jaarlijks ongeveer 50.000 vrouwen en meisjes gedood door intieme partners of familieleden: ongeveer 137 per dag. In totaal vindt 60% van alle opzettelijke dodingen van vrouwen in deze context plaats.
Het begrip zelf is niet nieuw. John Corry gebruikte de term ‘femicide’ voor het eerst in 1801 om het doden van een vrouw te beschrijven. Later verscheen de term in Wharton’s Law Lexicon uit 1848. De hedendaagse betekenis werd echter gevormd door de tweede feministische golf, die geweld tegen vrouwen herformuleerde als een systemisch probleem in plaats van een reeks afzonderlijke incidenten.
Wat is femicide? Meer dan een levensdelict
Femicide verwijst niet alleen naar het doden van een vrouw, maar biedt ook een kader om te begrijpen hoe gendergebonden machtsverhoudingen dodelijk geweld bepalen. Anders dan het genderneutrale begrip ‘levensdelict’ brengt femicide de rol van vrouwenhaat, controle en gendernormen als drijfveren voor deze moorden in beeld.
De term is belangrijk omdat hij patronen zichtbaar maakt die in genderneutrale juridische taal vaak verborgen blijven. Aan veel moorden op vrouwen gaan psychische mishandeling, dwingende controle, bedreigingen, stalking of huiselijk geweld vooraf. Het herkennen van femicide verschuift de aandacht daarom van afzonderlijke incidenten naar tekortkomingen in preventie en bescherming. Binnen deze dynamiek zijn vrouwonvriendelijke memes, intimidatie en antifeministische retoriek niet onbeduidend. Ze beïnvloeden opvattingen over de waarde en legitimiteit van vrouwen, versterken de tolerantie voor agressie en dragen bij aan omgevingen waarin waarschuwingssignalen gemakkelijker worden genegeerd.
Dit verband begrijpen is belangrijk, omdat femicide zelden plotseling of onvoorspelbaar is. In veel gevallen weerspiegelt ze escalerend geweld dat instellingen niet tijdig hebben herkend of aangepakt.
De Europese context
Deze dynamiek is duidelijk zichtbaar in heel Europa.
Volgens Euronews worden naar schatting vier vrouwen per miljoen gedood door intieme partners of familieleden: bijna tweemaal zoveel als mannen in vergelijkbare omstandigheden. Letland en Litouwen melden enkele van de hoogste cijfers, gevolgd door landen als Oostenrijk, Griekenland, Spanje en Nederland. Deze verschillen weerspiegelen echter niet alleen verschillen in de mate waarin dit geweld voorkomt, maar ook inconsistenties in de definitie en registratie van zulke dodingen. In veel Europese landen wordt femicide niet als een afzonderlijke juridische categorie erkend, maar onder het neutrale begrip ‘levensdelict’ geregistreerd.
Dit creëert een aanzienlijke kloof. Terwijl Europa zich presenteert als een wereldwijde voorloper op het gebied van mensenrechten en gendergelijkheid, wordt het gendergebonden karakter van deze moorden in statistieken en wetgeving vaak onzichtbaar gemaakt. Daardoor worden patronen moeilijker herkenbaar en blijven tekortkomingen in de preventie minder zichtbaar. Bewijs uit verschillende Europese landen ondersteunt deze bezorgdheid. Een grootschalig onderzoek van het European Data Journalism Network wees uit dat aan femicide vaak lichamelijke, psychische en economische mishandeling voorafgaat. Tegelijk blijven grote verschillen in de gegevensverzameling de omvang van het probleem in Europa verhullen.
Op institutioneel niveau erkent het Verdrag van Istanbul van de Raad van Europa geweld tegen vrouwen al als een structurele vorm van gendergerelateerd geweld die preventie, bescherming en gecoördineerde beleidsreacties vereist. Ondanks bredere Europese toezeggingen beschikken veel landen echter nog steeds niet over consistente monitoringssystemen of een specifieke juridische erkenning van femicide.
Casestudy: Albanië
Albanië laat duidelijk zien waarom het belangrijk is femicide te benoemen.
Recente gegevens van UN Women Albanië laten zien dat veel vrouwen die in de context van huiselijk geweld werden gedood, eerder psychisch geweld, lichamelijke mishandeling of dwingende controle hadden ondervonden. Dit wijst erop dat femicide zelden een op zichzelf staande gebeurtenis is, maar vaak de laatste fase van escalerend geweld.
De afgelopen jaren zijn in Albanië tientallen vrouwen gedood in de context van huiselijk en gendergerelateerd geweld. Waar femicide niet expliciet wordt erkend, worden dergelijke zaken echter vaak als afzonderlijke incidenten behandeld, in plaats van als aanwijzingen voor bredere tekortkomingen in beschermings- en preventiesystemen.
Volgens het Femicide-observatorium van de Ombudsman zijn in Albanië in de afgelopen vier jaar 37 vrouwen en meisjes gedood; 27 van deze gevallen werden als femicide geclassificeerd. Alleen al in 2024 was in de meeste onderzochte zaken sprake van eerdere ervaringen met huiselijk geweld. Verschillende slachtoffers hadden eerder mishandeling bij de politie gemeld, maar voor geen van hen golden op het moment van de moord actieve beschermingsmaatregelen. Dit legt een cruciaal probleem bloot: het benoemen van femicide houdt rechtstreeks verband met preventie. Zonder duidelijke erkenning hebben instellingen moeite om terugkerende risicofactoren te herkennen, interventiesystemen te verbeteren en doeltreffende preventiestrategieën te ontwikkelen.
Juridische en structurele dimensies
Geweld tegen vrouwen aanpakken vraagt meer dan erkenning in statistieken. Juridische kaders, het optreden van politie en justitie en openbare instellingen moeten rekening houden met het gendergebonden karakter van dit geweld.
Gegevens bieden een belangrijk overzicht, maar kunnen de geleefde werkelijkheid of institutionele tekortkomingen niet volledig vatten. Gebrekkige preventie wordt vaak versterkt door een maatschappelijke omgeving waarin geweld tegen vrouwen wordt gebagatelliseerd, vergoelijkt of weggewuifd. De terughoudendheid om femicide te erkennen is daarom niet alleen een juridisch probleem, maar weerspiegelt ook een aanhoudende maatschappelijke onwil om vrouwenhaat en genderongelijkheid onder ogen te zien. Femicide benoemen verandert het perspectief. Geweld wordt niet langer uitsluitend als een individuele tragedie gezien, maar als een vermijdbare uitkomst die samenhangt met hiaten in beschermingssystemen, maatschappelijke tolerantie voor mishandeling en institutioneel stilzitten.
Juist daarom blijft erkenning in veel contexten politiek en institutioneel gevoelig.
Gendergerelateerde haatspraak en vrouwenhaat
Juridische erkenning alleen volstaat niet zolang de omgevingen die geweld mogelijk maken niet worden aangepakt.
Gendergerelateerde haatspraak, zowel online als offline, versterkt het beschuldigen van slachtoffers, normaliseert agressie en reproduceert ongelijkheid. Deze uitingen staan niet op zichzelf: ze werken als culturele signalen die bepalen hoe vrouwen worden gezien en behandeld. Onderzoek wijst er steeds vaker op dat omgevingen met wijdverspreide vrouwonvriendelijke uitingen meer kans hebben op verhevigde vormen van gendergerelateerde vijandigheid en intimidatie. Sociale media kunnen deze verhalen verder versterken via algoritmen die hun zichtbaarheid bepalen, terwijl zwakke institutionele reacties deze dynamiek door gebrek aan optreden kunnen bestendigen.
Femicide erkennen betekent daarom ook het bredere maatschappelijke klimaat erkennen waarin geweld ontstaat. Het maakt duidelijk dat deze moorden geen privédrama’s zijn, maar vermijdbare uitkomsten die samenhangen met discriminatie, tolerantie voor mishandeling en institutionele tekortkomingen.
Belemmeringen voor de erkenning van femicide
Waarom heeft Europa nog steeds moeite om femicide te erkennen? Verschillende factoren grijpen in elkaar.
- Juridische en politieke weerstand: sommige beleidsmakers stellen dat ‘moord moord is’ en presenteren genderspecifieke erkenning als onnodig of ideologisch.
- Institutionele beperkingen: versnipperde rapportagesystemen en inconsistente definities bemoeilijken het herkennen van patronen tussen landen.
- Diepgewortelde gendernormen: aanhoudende maatschappelijke opvattingen over de privésfeer thuis, het beschuldigen van slachtoffers en genderrollen blijven geweld tegen vrouwen bagatelliseren.
- Gebrek aan middelen: zelfs waar erkenning bestaat, zijn preventiesystemen en hulpverlening vaak ondergefinancierd of slecht gecoördineerd.
Deze factoren versterken elkaar en bemoeilijken betekenisvolle erkenning.
Europa heeft belangrijke vooruitgang geboekt in de aanpak van geweld tegen vrouwen. De aanhoudende moeite om femicide te erkennen laat echter zien dat institutionele en culturele weerstand in Europa blijft bestaan.
Femicide benoemen is meer dan een taalkundige of symbolische handeling. Het is een noodzakelijke stap om te begrijpen hoe vrouwenhaat, dwang, mishandeling en institutionele tekortkomingen met elkaar samenhangen.
Zonder deze erkenning blijft geweld versnipperd in gegevens, beleid en het publieke begrip ervan. Femicide niet erkennen betekent uiteindelijk dat we het geweld waarmee vrouwen nog steeds worden geconfronteerd onvoldoende begrijpen en daardoor niet doeltreffend kunnen voorkomen.