1. Inleiding: vrouwenrechten in de EU en internationale verplichtingen
De Europese Unie (EU) is gebaseerd op de waarden van menselijke waardigheid, gelijkheid en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van vrouwen en meisjes. Vrouwenrechten zijn niet alleen een beleidskeuze. Ze zijn vastgelegd in bindende internationale en regionale juridische instrumenten die de lidstaten moeten naleven. Op internationaal niveau hebben de EU en haar lidstaten zich verbonden aan belangrijke instrumenten zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW, 1979) en de Verklaring en het Actieplatform van Beijing (1995). Deze instrumenten vormen een wereldwijd kader voor de bescherming en bevordering van gendergelijkheid en vrouwenrechten.
Op regionaal niveau waarborgt het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie uitdrukkelijk de gelijkheid van vrouwen en mannen op alle gebieden, waaronder werkgelegenheid, arbeid en beloning (artikel 23). Zowel het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) als het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verplichten de EU om ongelijkheden weg te werken en gendergelijkheid in al haar activiteiten te bevorderen (artikelen 2 en 8 VEU en artikelen 157 en 19 VWEU).
De inzet van de EU voor vrouwenrechten komt ook tot uiting in haar toetreding tot het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul), hoewel de volledige ratificatie op EU-niveau omstreden en onvolledig is gebleven door politieke tegenstand in sommige lidstaten.
Dit geheel van internationale en EU-specifieke juridische verplichtingen plaatst vrouwenrechten centraal in het normatieve kader van de EU. Om de vooruitgang en tekortkomingen van de EU op het gebied van gendergelijkheid te kunnen beoordelen, is het belangrijk te begrijpen hoe deze verplichtingen worden omgezet in concrete beleidsmaatregelen.
2. EU-beleid inzake vrouwenrechten en gendergelijkheid
De Europese Unie heeft een uitgebreid geheel van beleidsmaatregelen ontwikkeld om vrouwenrechten te bevorderen en gendergelijkheid zowel binnen haar grenzen als wereldwijd te versterken. Dit beleid is gebaseerd op het beginsel van gendermainstreaming. Dit houdt in dat een genderperspectief moet worden opgenomen in alle EU-wetgeving, beleidsmaatregelen en programma’s. Deze aanpak erkent dat alle beleidsterreinen, van digitalisering tot migratie, verschillende gevolgen kunnen hebben voor vrouwen en mannen en daarom vanuit dat perspectief moeten worden benaderd.
De basis van het gendergelijkheidsbeleid van de EU bestaat uit strategische kaders en actieplannen. Het huidige leidende document is de EU-strategie voor gendergelijkheid 2020-2025, die een visie uiteenzet voor een Unie waarin vrouwen en mannen, in al hun diversiteit, gelijk zijn. De strategie bevat verschillende kernprioriteiten: het beëindigen van gendergerelateerd geweld, het bestrijden van genderstereotypen, het verkleinen van genderkloven op de arbeidsmarkt, het bevorderen van gelijke deelname in verschillende sectoren en het wereldwijd stimuleren van gendergelijkheid. De strategie bevat ook concrete doelstellingen en mechanismen om de vooruitgang op te volgen en verantwoording te waarborgen.
Een andere belangrijke pijler is de Europese pijler van sociale rechten, die in 2017 werd afgekondigd en gendergelijkheid en het evenwicht tussen werk en privéleven als kernbeginselen bevat. Hierop voortbouwend versterkt de richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven, die in 2019 werd aangenomen, de rechten op ouderschapsverlof en bevordert zij een meer gelijke verdeling van zorgtaken tussen vrouwen en mannen.
De EU neemt gendergelijkheid ook op in haar extern beleid, onder meer via het Genderactieplan III (GAP III) voor externe betrekkingen. Dit plan geeft richting aan het buitenlands en ontwikkelingsbeleid van de EU op het gebied van de versterking van de positie van vrouwen en gendersensitieve hulp.
Daarnaast ondersteunt de EU het maatschappelijk middenveld en lokale vrouwenorganisaties in heel Europa via financieringsprogramma’s zoals Citizens, Equality, Rights and Values (CERV). Daarmee erkent de EU hun belangrijke rol bij de bescherming van vrouwenrechten en het bestrijden van structurele ongelijkheid
Samen vormen deze beleidsmaatregelen een kader op verschillende niveaus dat juridische verplichtingen wil omzetten in concrete verbeteringen in het dagelijkse leven van vrouwen in de EU.
3. Belangrijke beleidsterreinen: gendergelijkheid in de praktijk bevorderen
De EU werkt op verschillende onderling verbonden beleidsterreinen aan vrouwenrechten en probeert daarmee de structurele oorzaken van genderongelijkheid aan te pakken. Belangrijke gebieden zijn werkgelegenheid en economische gelijkheid, gendergerelateerd geweld, politieke vertegenwoordiging, gezondheid en seksuele en reproductieve rechten en digitale inclusie.
Gelijkheid op het gebied van werk en loon blijft een belangrijke prioriteit. Ondanks juridische bepalingen inzake gelijk loon verdienen vrouwen in de EU gemiddeld nog steeds 12,7% minder dan mannen (Eurostat, 2023). Om dit aan te pakken nam de EU in 2023 de richtlijn inzake loontransparantie aan. Deze verplicht ondernemingen om meer transparantie te bieden over loonstructuren en om verslag uit te brengen over loonverschillen tussen vrouwen en mannen. Het doel is vrouwen beter in staat te stellen loondiscriminatie aan te kaarten en werkgevers aan te moedigen een transparanter en eerlijker loonbeleid te voeren.
De bestrijding van gendergerelateerd geweld is een ander belangrijk beleidsterrein. De EU werkt aan nieuwe wetgeving om geweld tegen vrouwen strafbaar te stellen, waaronder online intimidatie en cyberstalking. Tegelijkertijd ondersteunt zij slachtoffers via financiering en coördinatiemechanismen. De EU-strategie voor de bestrijding van mensenhandel 2021-2025 richt zich eveneens op de uitbuiting van vrouwen en meisjes.
Wat politieke participatie betreft, blijven vrouwen ondervertegenwoordigd in besluitvormingsfuncties in de lidstaten. Via instrumenten zoals genderquota en financiering voor politieke opleidingen voor vrouwen ondersteunt de EU een evenwichtigere vertegenwoordiging in parlementen en leidinggevende functies. De Women on Boards-richtlijn uit 2022 legt regels vast om het genderevenwicht in de raden van bestuur van grote ondernemingen te verbeteren.
Op het gebied van gezondheid en reproductieve rechten ondersteunt de EU de toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg en seksuele voorlichting. De uitvoering verschilt echter sterk tussen de lidstaten, omdat veel bevoegdheden op dit gebied nationaal blijven. De EU financiert ook organisaties uit het maatschappelijk middenveld die zich inzetten voor de lichamelijke autonomie van vrouwen.
Ten slotte krijgen ook de digitale sector en STEM-sectoren steeds meer aandacht. Verschillende initiatieven moedigen meisjes en vrouwen aan om een opleiding of loopbaan te kiezen in wetenschap, technologie en innovatie en om binnen deze sectoren door te groeien.
Deze beleidsterreinen tonen aan dat de EU gendergelijkheid via verschillende invalshoeken probeert om te zetten in een concrete realiteit.
4. Kruispunt van vrouwenrechten en migratie: een beleidstijdlijn
Het samenspel tussen gender en migratie is een belangrijk onderdeel van het EU-beleid. Migrantenvrouwen en vrouwelijke vluchtelingen worden vaak geconfronteerd met meerdere vormen van discriminatie, zowel vanwege hun gender als vanwege hun migratiestatus. In de afgelopen twee decennia heeft de EU geleidelijk meer aandacht besteed aan gender in haar migratie- en asielbeleid. De uitvoering verschilt echter nog steeds sterk tussen de lidstaten.
- 1999, Tampere-programma: In het eerste omvattende EU-kader voor migratie was slechts beperkte aandacht voor gender. Migranten werden grotendeels als één homogene groep beschouwd.
- 2004, Kwalificatierichtlijn: Deze richtlijn betekende een belangrijke verandering doordat gendergerelateerde vervolging, zoals seksueel geweld of een gedwongen huwelijk, werd erkend als een mogelijke grond voor asiel onder het EU-recht. Dit was een belangrijke stap voor vrouwen die op de vlucht zijn voor conflicten en patriarchaal geweld.
- 2011, richtlijn inzake de bestrijding van mensenhandel: Deze richtlijn koos voor een genderspecifieke benadering en erkende dat vrouwen en meisjes bijzonder kwetsbaar zijn voor mensenhandel, vooral met het oog op seksuele uitbuiting. De richtlijn legde de nadruk op ondersteuning, bescherming en herstel van slachtoffers.
- 2015-2016, vluchtelingencrisis: De grote instroom van asielzoekers leidde tot meer aandacht voor de kwetsbaarheid van vrouwen en meisjes tijdens hun reis en in opvangvoorzieningen. Het EU-actieplan inzake de integratie van onderdanen van derde landen uit 2016 bevatte gendersensitieve maatregelen op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid en gezondheidszorg.
- 2020, EU-pact inzake migratie en asiel: Hoewel het pact kritiek kreeg omdat het veel nadruk legt op grensbewaking, erkent het ook dat ondersteuning op maat voor vrouwen nodig is. Dit omvat onder meer waarborgen voor slachtoffers van gendergerelateerd geweld tijdens asielprocedures.
- 2023, Verordening asiel- en migratiebeheer (AMMR): Deze bevat bepalingen over de identificatie van kwetsbare verzoekers en gendersensitieve opvangomstandigheden. Belangenorganisaties hebben echter aangedrongen op sterkere mechanismen om deze regels daadwerkelijk af te dwingen.
Hoewel het EU-recht steeds meer rekening houdt met de genderdimensie van migratie, blijft de uitdaging ervoor te zorgen dat bescherming op papier ook bescherming in de praktijk wordt. Dit geldt in het bijzonder voor vrouwen zonder wettig verblijf, slachtoffers van geweld en vrouwen in detentie.
5. Conclusie: toekomstige uitdagingen en de noodzaak van blijvende inzet
De Europese Unie heeft belangrijke vooruitgang geboekt in de erkenning en bevordering van vrouwenrechten via wetgeving, beleid en financieringsprogramma’s. Van de verankering van gendergelijkheid in de oprichtingsverdragen tot specifieke strategieën zoals de EU-strategie voor gendergelijkheid 2020-2025, blijft de EU inzetten op structurele verandering. Toch blijft de kloof tussen juridische verplichtingen en de dagelijkse realiteit voor veel vrouwen in de EU een ernstig probleem.
Vrouwen in heel Europa, en in het bijzonder migrantenvrouwen, vrouwen uit etnische minderheden, LGBTQ+ personen en vrouwen met een handicap, worden nog steeds geconfronteerd met hardnekkige ongelijkheid, ondervertegenwoordiging en gendergerelateerd geweld. De COVID-19-pandemie heeft bestaande genderongelijkheden zichtbaar gemaakt en verder verdiept, vooral op het gebied van onbetaalde zorgtaken en economische onzekerheid. Tegelijkertijd hebben de opkomst van antigenderbewegingen en politieke weerstand tegen belangrijke kaders, zoals het Verdrag van Istanbul, de consensus over vrouwenrechten in verschillende EU-lidstaten onder druk gezet.
Daarnaast vraagt intersectionaliteit, de manier waarop gender samenhangt met andere vormen van achterstelling, om meer aandacht bij de ontwikkeling en uitvoering van EU-beleid. Een aanpak op maat voor vrouwen in bijzonder kwetsbare posities is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat gelijkheid niet alleen formeel bestaat, maar ook daadwerkelijk in de praktijk wordt gerealiseerd.
In de toekomst moet de EU haar leidende rol bij de bevordering van vrouwenrechten behouden door de handhaving te versterken, voldoende financiering te waarborgen voor initiatieven rond gendergelijkheid en organisaties uit het maatschappelijk middenveld actief te ondersteunen. De EU moet ook een genderperspectief blijven opnemen in haar externe betrekkingen, in het bijzonder bij conflictpreventie, humanitaire hulp en uitbreidingsprocessen.
Hoewel de EU een sterke basis heeft gelegd, vereist de bescherming en verdere bevordering van vrouwenrechten in een context van sociale, politieke en economische druk waakzaamheid, innovatie en blijvende politieke inzet. Vrouwenrechten zijn mensenrechten en moeten een centrale pijler van het Europese project blijven.